Boeddhisme - Bijzondere nadruk krijgt ook de yoga en de meditatie.
Het boeddhisme kende een grote bloei in India gedurende ongeveer 1000 jaar.
Het boeddhisme vindt zijn oorsprong in de figuur van Siddharta Gautama, een prins die in de zesde of vijfde eeuw v.C. leefde in Noord-India. Mediterend onder een vijgenboom ontdekte hij dat het lijden alomtegenwoordig is en bijgevolg een kenmerk is van het leven zelf. Het lijden vindt zijn oorzaak in de menselijke begeerte en houdt pas op wanneer ook de begeerte verdwijnt.
Omwille van dit inzicht werd Siddharta van dat moment de Boeddha genoemd, 'de verlichte' of 'de ontwaakte'.
Hij vormde zich een groep volgelingen rond zich.
Veel later kreeg zijn leer de naam 'boeddhisme'. Hierin staat niet zozeer de identiteit van Boeddha centraal, wel de weg die door hem getoond is om de verlichting van het lijden te bereiken. Belangrijk is dat elke volgeling van dat pad zijn eigen inzicht ontwikkelt. Dit leidt ertoe dat er binnen het boeddhisme grote variaties zijn. Er is geen centrale godsfiguur, noch een instantie die geloofswaarheden vastlegt. Dit maakt dat het boeddhisme niet echt een religie is (waarin de relatie met God centraal staat), dan wel een wereldbeschouwing (een manier om het leven te zien).
BOEDDHISTISCHE SCHOLEN
Het boeddhisme kende een grote bloei in India en dat gedurende ongeveer 1000 jaar. Toch werd het nooit erkend als een officiële religie. Vanuit India hadden de ideeën van Boeddha zich al snel verspreid over Zuidoost-Azië, onder meer over Sri Lanka, Birma, Thailand en Cambodja. Die vorm van het boeddhisme werd het therevada-boeddhisme genoemd, wat letterlijk betekent 'de manier van de ouderen'. In het therevada kan het nirvana alleen bereikt worden indien men zich laat wijden als monnik en de regels van Boeddha strikt toepast.
In Centraal-Azië (China, Korea, Vietnam en Japan) overheerst een andere vorm van het boeddhisme. Vanwege de geografische spreiding wordt die stroming het noordelijke boeddhisme genoemd, in onderscheid met het zuidelijke theravada-boeddhisme. Een andere naam is het mahayana-boeddhisme dat zoveel betekent als het boeddhisme van het 'grote voertuig'. In het mahayana gaat men ervan uit dat de verlichting mogelijk wordt door geloof en devotie en dus bereikbaar is voor iedereen, ook voor leken. Vandaar het beeld van een 'groot voertuig' en de ietwat smalende naam hinayana of 'klein voertuig' voor het therevada.
Ook in Tibet en Nepal ontstond een aparte vorm van het boeddhisme, het vajrayana-boeddhisme genoemd, het 'diamanten voertuig'. Hier kan de verlichting verkregen worden op een snelle manier. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken die zich bevinden in de mystieke sfeer, zoals mantra's, rituele spreuken die op een specifieke manier gereciteerd worden, mandala's, magische cirkels die de kosmos voorstellen en mudra's, specifieke handbewegingen.
Bijzondere nadruk krijgt ook de yoga en de meditatie. Het vajrayana-boeddhisme kent een geestelijke leider die jarenlang ook de wereldlijke leider was van Tibet, de dalai lama (dalai betekent 'oceaan van wijsheid'). Sinds de bezetting van Tibet door de Chinese autoriteiten in 1959, leeft de huidige dalai lama, Tenzing Gyatso, in ballingschap in India.
Bron : Interdisciplinair Centrum Religiestudie & Interlevensbeschouwelijke Dialoog
B. Broeckaert & I. Vanden Hove, Grote rituelen in de wereldgodsdiensten - 2005 Davidsfonds
http://theo.kuleuven.be/icrid/icrid_religies/icrid_religies_boeddhisme/











Boeddhisme