Erfelijke kanker - Over erfelijke prostaatkanker is nog niet zo veel bekend.
Erfelijke kanker soorten
Prostaatkanker komt veel voor bij oudere mannen. Over erfelijke prostaatkanker is nog niet zo veel bekend. Men denkt dat bij 5 tot 10% van alle mannen met prostaatkanker een erfelijke aanleg een rol speelt. Om welk gen, of welke genen het zou gaan, is nog niet duidelijk. DNA-onderzoek naar een erfelijke aanleg is dus ook nog niet mogelijk. Wel kan stamboomonderzoek enige duidelijkheid geven.
Negen van de tien mannen met een (mogelijk) erfelijke aanleg voor prostaatkanker (90%) krijgen voor hun 85e levensjaar prostaatkanker. Eerstegraads mannelijke verwanten van iemand met (mogelijk) erfelijke prostaatkanker krijgen het advies om eens per twee jaar bloedonderzoek te laten doen (PSA-test), doorgaans vanaf 50-jarige leeftijd. Zijn de PSA-waarden verhoogd, dan volgt nader onderzoek door een uroloog.
Erfelijke maagkanker
Maagkanker komt in België relatief weinig voor. Bij naar schatting 1 tot 3% van de mensen met maagkanker speelt een erfelijke aanleg een rol. Erfelijke maagkanker is dus een zeldzame aandoening. Er zijn twee soorten erfelijke maagkanker bekend, met enigszins verschillende kenmerken.
Een signaal dat maagkanker erfelijk kan zijn, is zoals bij andere soorten erfelijke kanker wanneer meerdere verwanten (op relatief jonge leeftijd) maagkanker hebben (gehad). Van één soort erfelijke maagkanker is bekend welk gen erbij betrokken kan zijn. Dat is het CDH1/E-cadherin-gen. Met DNA-onderzoek zijn mutaties in dit gen aantoonbaar bij 30% van de mensen bij wie deze soort maagkanker in de familie vaker voorkomt. Dragers van de mutatie hebben naar schatting 70% risico om maagkanker te krijgen.
Iemand met een (mogelijk) erfelijke aanleg voor maagkanker krijgt het advies om regelmatig kijkonderzoek van de maag te laten doen. Ook wordt dan regelmatig onderzoek naar de Helicobacter pylori geadviseerd. Deze bacterie in de maag kan maagzweren veroorzaken en kan het risico op maagkanker verhogen. De bacterie is te bestrijden met een antibioticum.
Erfelijke nierkanker
Nierkanker komt in België minder voor. Er zijn twee soorten nierkanker waarbij een erfelijke aanleg een rol kan spelen: niercelkanker en Wilms-tumor.
Erfelijke niercelkanker - Er zijn verschillende typen niercelkanker. Er zijnmeerdere genen bekend die betrokken kunnen zijn bij de verschillende typen niercelkanker.
Niercelkanker kan erfelijk zijn wanneer:
- Iemand niercelkanker heeft op jonge leeftijd.
- Iemandmeerdere tumoren in één nier heeft.
- Iemand gelijktijdig in beide nieren een tumor heeft.
- Een eerste- of tweedegraads familielid ook niercelkanker heeft (gehad).
Er sprake is van tumoren in andere organen, zoals bij de ziekte van Von Hippel-Lindau.
Wilms-tumor - Een Wilms-tumor is een zeldzame vorm van nierkanker bij kinderen. Bij een deel van de kinderen met deze tumor is deze ontstaan door een erfelijke aanleg, die al dan niet gepaard gaat met aangeboren afwijkingen. Controle-onderzoek bestaat onder meer uit een echografie van de nieren en urine-onderzoek.
Retinoblastoom
Een retinoblastoom is een zeldzame vorm van kanker van het netvlies bij jonge kinderen (jonger dan 5 jaar). Ongeveer 40% van deze kinderen heeft een retinoblastoom gekregen vanwege een erfelijke aanleg: een mutatie in het zogenoemde RB1-gen. Van de kinderen met een erfelijke aanleg voor een retinoblastoom krijgt 90% de ziekte. Zij hebben in hun latere leven ook een verhoogd risico op andere kwaadaardige tumoren, zoals botkanker, kanker van de weke delen of een melanoom (kanker die ontstaat uit pigmentcellen). Controle-onderzoek bestaat uit regelmatig uitgebreid oogonderzoek (oogspiegelen) onder narcose vanaf de geboorte tot 4-jarige leeftijd.
Erfelijke syndromen met tumorvorming
Er zijn erfelijke aandoeningen diemensen gevoelig maken voor het ontstaan van gezwellen (tumorvorming) op meerdere plaatsen in het lichaam. Die tumoren kunnen goedaardig zijn, maar ook kwaadaardig zijn of dat worden. We noemen er hier drie: de ziekte van Von Hippel-Lindau (VHL) en de syndromen MEN-1 en MEN-2. Het zijn alle drie zeldzaam voorkomende ziektebeelden.
Syndromen
VHL,MEN-1 en MEN-2 zijn erfelijke syndromen. Een syndroom betekent dat bepaalde verschillende ziekteverschijnselen vaak met elkaar samengaan.
De ziekte van Von Hippel-Lindau (VHL)
Mensen met VHL krijgen vaak allerlei goed- of kwaadaardige tumoren. De plaats waar deze ontstaan, verschilt van persoon tot persoon en van familie tot familie. Het kunnen bijvoorbeeld goedaardige vaatgezwellen zijn in de ogen, de kleine hersenen en/of het ruggenmerg. Ook ontstaan somsmet vocht gevulde goedaardige holtes (cysten), bijvoorbeeld in de nieren, de alvleesklier of de bijballen. Mensen met VHL hebben bovendien een risico van gemiddeld 30% om niercelkanker te krijgen. Ongeveer 1% van de VHL-patiënten krijgt alvleesklierkanker.
MEN-1-syndroom
Bij deze erfelijke aandoening ontstaan gezwellen in hormoon producerende weefsels en organen. De gezwellen ontstaan vaak in de bijschildklieren, de alvleesklier, de hypofyse en de bijnieren. De gezwellen zijn meestal goedaardig, maar kunnen kwaadaardig worden.
MEN-2-syndroom
Mensen met deze erfelijke aandoening krijgen bijna altijd gezwellen in de schildklier die op den duur vrijwel zeker in kanker ontaarden. Ongeveer de helft van de patiënten krijgt daarnaast een tumor in de bijnieren. Bij een veel kleiner deel ontstaat ook een tumor in de bijschildklieren.














Erfelijke kanker - soorten