Actieplan voor hernieuwbare energie
Het nationale actieplan voor hernieuwbare energie is verschenen.
Sinds enkele jaren zijn de bronnen van hernieuwbare energieën het voorwerp van een grotere opmerkzaamheid voor wat betreft hun bijdrage tot de veiligheid van de bevoorrading en de klimaatverandering. Bovendien worden zij meer en meer beschouwd als een geweldige kans om de economische activiteit te heroriënteren naar toekomstgerichte en duurzame sectoren.
Nationaal Actieplan voor Hernieuwbare Energie : waarover gaat het ?
De Europese Unie heeft zich ertoe verbonden om het aandeel van hernieuwbare energie te verhogen opdat in 2020 het energetisch eindverbruik van de Europese Unie voor 20 % uit hernieuwbare energie zou bestaan (dit was slechts 8,5 % in 2005). Om dit doel te bereiken moet elke Lidstaat het verbruik (en dus ook de productie) van hernieuwbare energie in de elektriciteits-, de transport-, de verwarmings- en de koelsector opvoeren. Voor België werd het verplicht aandeel van hernieuwbaar geproduceerde energie in het totaal energieverbruik vastgelegd op 13 %. Ook al hebben de gefedereerde entiteiten en de federale staat nog niet onderhandeld over de opsplitsing van de nationale 13 %-doelstelling, toch is elk van hen verantwoordelijk voor het uitvoeren van een ambitieus beleid voor de uitbouw van de hernieuwbare energiebronnen. Het geheel van beleidslijnen werd gebundeld in één nationaal actieplan door de groep CONCERE-ENOVER die instaat voor het overleg tussen Staat en Gewesten voor de energiemateries. Het plan werd opgesteld volgens het gemeenschappelijk canvas dat door de Commissie werd opgelegd aan alle Lidstaten.
De laatste versie van de actieplannen, waaronder dit van België, staat voor raadpleging op de webstek van de Europese Unie, in de oorspronkelijke talen en op termijn ook in het Engels.
In België is de bevordering van de hernieuwbare energieën hoofdzakelijk een gewestelijke bevoegdheid. Deze bevoegdheid wordt echter uitgeoefend door de federale overheid over zeegebieden waarover België rechtsmacht heeft conform het internationale zeerecht.
Op Europees niveau wordt de bevordering van de energie die wordt geproduceerd vanuit hernieuwbare energiebronnen hoofdzakelijk behandeld in de drie volgende richtlijnen:
-
Richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt, die naast andere bepalingen, een objectief van 10% hernieuwbare energie oplegt bij het bruto elektriciteitsverbruik in 2010 ;
-
Richtlijn 2003/30/EG van het Europese Parlement en de Raad van 8 mei 2003 ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer, die naast andere bepalingen, aan de Lidstaten waarvan België, een objectief oplegt van 5,75% aan biobrandstoffen (berekend op basis van het energiegehalte), in de verkoop met het doel van transport van benzine en dieselolie;
-
Richtlijn 2009/28/EG houdende intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG op 1 januari 2012, legt nieuwe objectieven aan België op inzake hernieuwbare energie, inzonderheid :
In het kader van de omzetting van deze richtlijn 2009/28/EG, heeft België onlangs zijn nationaal actieplan inzake hernieuwbare energie gepubliceerd.
Het nationale actieplan voor hernieuwbare energie (PDF, 767.46 Kb) is verschenen.











Hernieuwbare energie