Richtlijnen elektrische apparaten
Elektrische apparaten op de Europese markt moeten voldoende veilig zijn en de consumenten moeten worden beschermd. De Europese technische richtlijnen bieden de nationale instanties een kader om toezicht uit te oefenen op elektrische apparaten.
Europese richtlijnen
Er zijn 3 richtlijnen over de veiligheid van de elektrische apparaten en uitrustingen die op de Europese markt gebracht worden, alsook over de consumentenbescherming. Elke richtlijn slaat op een bijzonder aspect van het gebruik van die apparaten en uitrustingen:
- de laagspanningsrichtlijn heeft betrekking op alle gevaren i.v.m. het veilig gebruik van apparaten door particulieren of professionelen voor zover ze op de markt beschikbaar zijn;
- de richtlijn “elektromagnetische compatibiliteit” (“de EMC-richtlijn” ) heeft betrekking op de gevaren i.v.m. de elektromagnetische storingen die kunnen ontstaan tussen elektrische installaties onderling;
- de richtlijn “Ontploffingsgevaar” ( de “Atex-richtlijn”) handelt over het ontploffingsgevaar bij gebruik van ‑ voornamelijk elektrische – apparaten op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.
Deze richtlijnen zijn in Belgisch recht omgezet door 3 koninklijke besluiten in het kader van de wet van 09.02.1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.
"Nieuwe aanpak"
Het betreft richtlijnen met een “nieuwe aanpak”:
- de fabrikant draagt de verantwoordelijkheid om veilige producten in de handel te brengen die beantwoorden aan de eisen van de toepasselijke richtlijn(en);
- de consument wordt daarover ingelicht via de CE-markering;
- dit veronderstelt dat de producten gelijkvormig zijn met de desbetreffende geharmoniseerde Europese normen (of gelijkwaardige normen);
- die conformiteit wordt geverifieerd door de nationale markttoezichthoudende instanties;
- dit gebeurt in nauwe samenwerking met de andere lidstaten van de Europese Unie en met de Europese Commissie;
- wanneer een product niet conform is, kan het op het Europese grondgebied verboden worden.
Naast de “CE-markering”, voorziet de “nieuwe aanpak” ook in de verplichting voor de fabrikant of zijn gevolmachtigde op de Europese markt om twee andere nuttige documenten i.v.m. markttoezicht op te maken:
- een "EG-verklaring van overeenstemming", d.w.z. een gedateerd en ondertekend document van 1 tot 2 bladzijden waarin wordt verklaard dat het betrokken product op basis van de toepasselijke richtlijnen conform is en vervaardigd is volgens de desbetreffende geharmoniseerde normen (of gelijkwaardige normen waarvan de gelijkwaardigheid moet worden aangetoond);
- een "technisch dossier" samengesteld uit elementen zoals beschrijvingen, plannen, schema’s, berekeningsnota’s, testresultaten, enz. die als bewijs van de conformiteit kunnen dienen.
De nieuwe aanpak is op 09.07.2008 in Europees recht omgezet onder de vorm van twee verordeningen (de ene over de wederzijdse erkenning in de niet-geharmoniseerde sector (764/2008), de andere over de accreditatie en markttoezicht (765/2008)) en een beschikking (768/2008/EG).
Andere elektrische apparaten
Er worden ook andere elektrische apparaten op de markt gebracht, die niet onder het toepassingsgebied van de 3 bovenvermelde richtlijnen vallen:
- Elektromedische apparaten
Deze apparaten vallen onder de Europese richtlijnen betreffende de medische hulpmiddelen:
- richtlijn 93/42/EEG "Medische hulpmiddelen";
- richtlijn 90/385/EEG "Actieve implanteerbare medische hulpmiddelen";
- richtlijn 98/79/EG "Medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek".
Hierin worden de eisen inzake veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit voor elektromedische apparaten vastgelegd. Er bestaat namelijk een reeks specifieke Europese normen over de veiligheid van elektromedische apparaten. De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu zorgt voor de omzetting en de uitvoering van die richtlijnen over medische hulpmiddelen in België.
- Elektrische apparaten die worden gebruikt bij de uitoefening van de diergeneeskunde
De veiligheid van dergelijke apparaten wordt in België geregeld door een koninklijk besluit van 18.06.1990 dat oorspronkelijk ook betrekking had op de elektrische apparaten gebruikt bij de uitoefening van de menselijke geneeskunde. Dat aspect is echter weggevallen naar aanleiding van de publicatie van de Europese richtlijnen over de medische hulpmiddelen. Dit koninklijk besluit gaat gepaard met de wet van 09.02.1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten
- Radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur
Deze aangelegenheden worden geregeld door Europese richtlijn 1999/5/EG. De omzetting en de uitvoering ervan vallen onder de bevoegdheid van het BIPT.
- Niet-betrokken apparaten
Het gaat in eerste instantie om apparaten zoals stopcontacten, elektrische schrikdraad-installaties, … waarvoor er geen geharmoniseerde Europese norm bestaat. De Belgische normen zijn dan ook van toepassing evenals bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 23.03.1977 ter omzetting van de laagspanningsrichtlijn.
Ook andere elektrische apparaten die niet onder een specifieke richtlijn vallen, o.a. omdat ze bestemd zijn voor een spanning die lager ligt dan de drempel voor de toepassing van de laagspanningsrichtlijn (50 V) of omdat ze op het vlak van elektromagnetische compatibiliteit passief zijn, kunnen in bepaalde omstandigheden risico’s opleveren. De mogpelijke problemen voor gezondheid en veiligheid, worden behandeld in de wet van 09.02.1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.
Markttoezicht
Het opsporen, vaststellen en bestraffen van overtredingen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 09.02.1994 vormt de basis van het markttoezicht in België volgens de koninklijke besluiten ter omzetting van de 3 richtlijnen betreffende de elektrische apparaten en het koninklijk besluit betreffende de bij de uitoefening van de diergeneeskunde gebruikte apparaten.
1)Toezicht ter plaatse
De inspecteurs van de AD Energie mogen op elk ogenblik opslagplaatsen en lokalen binnengaan, de nodige vaststellingen doen i.v.m. de visuele conformiteit van elektrische apparaten, documenten en stukken laten voorleggen, tegen ontvangstbewijs documenten in beslag nemen, gratis apparaten ophalen, depolitiediensten inschakelen.
Ze oefenen toezicht uit op het toepassen van de koninklijke besluiten betreffende de elektrische apparaten en stellen de overtredingen vast in pv’s waarvan een kopie per aangetekende brief naar de overtreder wordt verstuurd.
Ze oefenen deze bevoegdheden uit onder het toezicht van de procureur-generaal, onverminderd hun ondergeschiktheid aan hun hiërarchische meerderen.
Ze werken samen met de Douane die onverwijld de Algemene Directie Energie moet informeren over elke opschorting van opheffing van beslag van goederen in geval van risico op ernstig gevaar, gebrek aan documenten of aan markering alsook in het geval van onjuiste markering bij loten elektrische apparaten.
Ingevolge het onderzoek van het dossier door de Algemene Directie Energie wordt aan de Douane meegedeeld welke maatregelen moeten worden getroffen en of de betwiste producten kunnen worden vrijgegeven.
De Algemene Directie Energie verstrekt de Douane informatie over de categorieën elektrische producten waarvoor er een ernstig gevaar of een geval van niet-naleving van de wetgeving is geïdentificeerd.
2)Toezicht na de ophaling
Elektrische apparaten worden regelmatig opgehaald om door geaccrediteerde labo’s te worden getest op hun conformiteit met de essentiële eisen van de toepasselijke richtlijnen. Apparaten worden geselecteerd in het kader van campagnes voor bepaalde productcategorieën en op basis van verschillende criteria:
- productvernieuwingscyclus;
- klacht;
- onzekerheid over de conformiteit van een product naar aanleiding van een visuele controle of een controle van documenten;
- gelijksoortige producten die in andere lidstaten gebrekkig zijn gebleken;
- aantonen van een gevaar dat niet door de norm wordt gedekt.
De AD Energie onderzoekt de dossiers van de opgehaalde apparaten en treft de nodige maatregelen. In voorkomend geval stelt de Algemene Directie Energie aan de minister van Consumentenzaken voor een ministerieel besluit houdende verbod op het in de handel brengen van zulke producten te ondertekenen.
Met het oog op een efficiënter markttoezicht in de EU-lidstaten komen de bevoegde besturen van die landen gemiddeld twee keer per jaar samen, in aanwezigheid van de Europese Commissie. Het gaat om de “AdCo”-vergaderingen (Administratieve Cooperatie).
Deze vergaderingen maken het mogelijk ervaringen uit te wisselen, problemen i.v.m. bepaalde categorieën elektrische apparaten alsook de interpretatie van de normen te bespreken.
De Algemene Directie Energie vertegenwoordigt België in de volgende vergaderingen:
- LVD-AdCo: samenwerking tussen de administraties die instaan voor het toepassen van de laagspanningsrichtlijn;
- EMC-AdCo: samenwerking tussen de administraties die instaan voor het toepassen van de EMC-richtlijn;
- Atex-AdCo: samenwerking tussen de administraties die instaan voor het toepassen van de ATEX –richtlijn.
De “AdCo”-vergaderingen gaan normaal gezien gepaard met een jaarlijkse vergadering die door de Europese Commissie voorgezeten wordt en waaraan, naast de bevoegde administraties van de lidstaten, ook de vertegenwoordigers van organisaties en verenigingen die betrokken zijn bij de toepassing van richtlijnen (federaties van fabrikanten, normalisatie-instellingen, consumentenbeschermingsorganisaties, …) deelnemen. Zo kan de uitvoering van de richtlijnen voor alle partijen in positieve zin evolueren.
De AD Energie neemt ook deel aan het Rapex -systeem: dat een systeem is voor snelle uitwisseling van informatie tussen de Europese Commissie en de lidstaten waardoor de betrokken partijen snel op de hoogte worden gebracht van de ontdekking van een product dat een ernstig risico vertoont.
Evolutie
De publicatie van verordening 764/2008 en verordening 765/2008 alsook van beschikking 768/2008/EG is een nieuwe stap naar de harmonisering van de Europese markt en de versterking van de veiligheid van producten die ter beschikking worden gesteld van de Europese consument. Het gaat om bindende juridische instrumenten. Ook al is het de bedoeling om het vrij verkeer van goederen binnen de EU te bevorderen, het betekent niet dat veiligheidsregels neerwaarts worden genivelleerd. Indien er nationale regels bestaan die een hoge veiligheidsgraad aan de bevolking garanderen, zullen ze worden gehandhaafd voor zover ze aan de Europese Commissie volgens de procedure 98/34/EG worden meegedeeld. Het nagestreefde doel is het waarborgen van de veiligheid van de Europese markt.
Meldenswaardig is ook dat de Europese wetgeving over het op de markt brengen van producten in de zin van een betere traceerbaarheid van producten evolueert. Er wordt ook naar gestreefd om de tussenhandelaars (invoerders en verdelers) verantwoordelijk te maken, het publiek voor te lichten en de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen.
Geschillen en klachten
Nuttige Links
- Belgisch Elektrotechnisch Comité
- Belgische Staatsblad
- Commission européenne : Directive "ATEX"
- Commission européenne : Directive "EMC"
- Europese Commissie: de Nieuwe Aanpak
- Europese Commissie: laagspanningsrichtlijn
- Europese wetgeving (EUR-Lex)
- Geharmoniseerde normen "Atex"
- Geharmoniseerde normen “EMC”
- Geharmoniseerde normen “laagspanning"
Nuttige links
Wetgeving
- Besluit Nr. 768/2008/EG
- Koninklijk besluit van 18 juni 1990 betreffende het op de markt brengen van elektrische apparaten die worden gebruikt bij de uitoefening van diergeneeskunde
- Koninklijk besluit van 22 juni 1999 betreffende het op de markt brengen van apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (ATEX)
- Koninklijk besluit van 23 maart 1977 betreffende het op de markt brengen van elektrisch materieel
- Koninklijk besluit van 28 februari 2007 betreffende de elektromagnetische compatibiliteit.
- Richtlijn 2004/108/EG
- Richtlijn 2006/95/EG
- Richtlijn 94/9/EG
- Verordening 764/2008 van het Europees Parlement en de Raad
- Verordening nr 765/2008
- Wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten











Richtlijnen elektrische apparaten