Hypoglycemie betekent letterlijk : "een te lage bloedsuikerspiegel".
Wat is suikerintolerantie?
De suikers lactose, sucrose en maltose worden afgebroken door de enzymen lactase, sucrase en maltase die aanwezig zijn in het slijmvlies van de dunne darm. In normale gevallen breken de enzymen deze suikers af tot eenvoudige suikers als glucose, die vervolgens via de darmwand door het bloed worden opgenomen.
Als er een tekort aan het benodigde enzym bestaat, wordt de betreffende suiker niet afgebroken en kan deze niet worden opgenomen. De suiker blijft dan in de dunne darm achter. De hoge suikerconcentratie trekt door osmose vocht naar de dunne darm met diarree als resultaat. De niet opgenomen suiker wordt vervolgens in de dikke darm door bacteriën gefermenteerd, waardoor de ontlasting een hoge zuurgraad krijgt en flatulentie optreedt.
Enzymtekorten treden op bij coeliakie, tropische spruw en darminfecties. Het enzymtekort kan ook aangeboren zijn of door antibiotica worden veroorzaakt, in het bijzonder door neomycine.
Ongeveer 75% van de volwassenen lijdt aan enige mate van lactose-intolerantie. Minder dan 20% van de Noord-Europese volwassenen heeft er last van, maar van de Aziatische volwassenen niet minder dan 90%. Lactose-intolerantie komt algemeen voor bij mensen uit het Middellandse-Zeegebied. Bij ongeveer 75% van de niet-blanke Noord-Amerikanen ontstaat tussen de leeftijd van 10 en 20 jaar geleidelijk lactose-intolerantie.
Hypoglycemie
Ook stress beïnvloedt dit proces, doordat de bijnieren onder stress de hormonen adrenaline en cortisol afgeven, die weer het glucose-gehalte in je bloed verhogen en zo gaat het maar door.
Hypoglycemie betekent letterlijk : "een te lage bloedsuikerspiegel".
Vaak gebruikt men de term hypoglycemie om er suikerintolerantie mee aan te duiden.
Een constant te lage bloedspiegel komt echter nauwelijks voor, mensen met suikerintolerantie hebben wel vaker een te lage, dan te hoge bloedsuikerspiegel.
De behandeling van beide aandoeningen is echter hetzelfde.
Symptomen
Mensen met lactose-intolerantie kunnen meestal geen melk en andere lactosebevattende zuivelproducten verdragen. Sommige mensen herkennen dit al op jonge leeftijd en mijden al of niet bewust zuivelproducten.
Een kind dat geen lactose kan verdragen, zal diarree krijgen en niet in gewicht toenemen zolang melk deel uitmaakt van het dieet. Een volwassene kan na een lactosebevattende maaltijd last hebben van hoorbaar geborrel (borborygmus), opgezette buik, flatulentie, misselijkheid, een sterke drang tot defecatie, buikkrampen en diarree. Ernstige Diarree kan tot gevolg hebben dat voedingsstoffen niet goed worden opgenomen doordat ze te snel het maag-darmkanaal passeren. Een tekort aan de enzymen sucrase of maltase veroorzaakt vergelijkbare symptomen.
Diagnose
De arts zal lactose-intolerantie vermoeden als de patiënt na consumptie van zuivelproducten symptomen krijgt. Als de patiënt lactose-intolerant is, zal een testdosis lactose binnen 20 tot 30 minuten diarree, een opgezette maag en ongemak in de buik veroorzaken. Omdat de testdosis niet wordt afgebroken tot glucose, zal de glucosespiegel in het bloed niet normaal stijgen.
Mogelijk wordt een monster van de dunne darm genomen. Dit monster wordt dan onder de microscoop onderzocht en getest op aanwezigheid van lactase of een andere enzymactiviteit. Dergelijk onderzoek kan aanwijzingen geven voor mogelijke andere oorzaken van malabsorptie.
Behandeling
Lactose-intolerantie kan worden behandeld door lactosebevattend voedsel te vermijden, voornamelijk zuivelproducten.
Om calciumgebrek te voorkomen, kunnen in dergelijke gevallen calciumsupplementen worden ingenomen. Als alternatief kan lactase aan de melk worden toegevoegd. Lactase breekt dan de lactose in de melk af voordat de melk wordt gedronken.














Suikerintolerantie