Een kind is zindelijk als het naar het toilet gaat op de gepaste tijd en plaats.
Kinderen - Zindelijk worden
Een kind is zindelijk als het zijn urine kan ophouden en naar het toilet gaat op de gepaste tijd en plaats. Meestal wordt een kind overdag spontaan zindelijk op het ogenblik dat de blaas en de blaascontrole voldoende uitgerijpt zijn. Het gebeurt vanzelf, ouder en kind hebben weinig invloed op deze ontwikkeling.
Een kind wordt droog tussen twee en vijf jaar. Dan weet het waar en wanneer het kan plassen. Een voorwaarde is wel dat het 'leren droog worden' op een goede manier gebeurt. Vroeger verliep zindelijk worden volledig volgens het ritme van het kind. Een geforceerde droogtraining leidt vaak tot een verkeerd plaspatroon, en dit kan stoornissen in de blaaswerking veroorzaken.
Gebruik van het potje
Het grote toilet is niet aangepast aan de noden van het kind: de WC is veel te hoog en de opening van de WC-bril is gigantisch groot.
Op een goed kindertoilet kan het kind met de voetjes aan de grond en kan het rustig in een lichte hurkzit zitten. Een kinderbrilletje op een groot toilet is goed op voorwaarde dat er een opstapje voor staat waar het kind zijn voetjes kan opzetten.
De beste manier om een kind te motiveren naar het toilet te gaan, is een klein toiletje, eventueel WC-potje, naast het groot toilet te plaatsen. Laat uw kind meegaan naar het toilet als u zelf gaat.
Is het nog niet geïnteresseerd? Stel een volgende poging een maand uit.
Hoe moet een kind plassen?
Een kind moet leren rustig, ontspannen, 'op het gemak' naar het toilet gaan. Een normale urinelozing gebeurt wanneer sluitspier en bekkenbodemspier ontspannen, gevolgd door het samentrekken van de blaasspier.
Een kind mag in geen geval gestimuleerd worden om te persen of te duwen want dan gebruikt het de buikspieren om de urine naar buiten te duwen. De sluitspier opent niet of onvolledig en de blaasspier helpt niet. Een jong kind kan geen onderscheid maken tussen het samentrekken van de buikspieren en bekkenbodemspieren, zodat deze laatste samentrekken in plaats van te ontspannen. Dit leidt tot een totaal verkeerd plasgedrag. Wanneer de blaas niet helemaal leeg is, kan dit aanleiding geven tot infecties.
Belangrijk is dat u als ouder uw kind beloont wanneer het in het potje of toilet plast. Het kind vindt dit prettig en zal dat gedrag herhalen. Wanneer het kind er niet in slaagt, mag u het niet straffen of berispen. Om toch aan de verwachtingen te voldoen zou het kind een foutief plasgedrag kunnen aannemen.
Tips voor droogtraining
Start niet te vroeg met droogtraining.
Een kind is pas rijp voor droogtraining wanneer zijn urineblaas er rijp voor is. In de praktijk is dit wanneer zijn luier minstens anderhalf tot twee uur droog is.
Leer uw kind alleen plassen met een volle blaas.
Bij een blaas die niet voldoende gevuld is, zal het kind eerder persen en zo tot een foutief plasgedrag komen. Droogtraining moet gebeuren op het ritme van de blaas van het kind, niet volgens het uurwerk van de ouders.
Geef tijd om te plassen. Forceer uw kind niet.
Neem het kind telkens mee naar het toilet en zet het naast u op een potje. Het zal u automatisch imiteren.
Zorg voor een stabiele zithouding.
Een kind kan zich pas voldoende ontspannen als hij met de voeten aan de grond kan. Een opstapje in combinatie met een speciaal WC-brilletje is een aanvaardbaar compromis.
Leer de hurkzit met de beentjes open.
Dit geldt zowel voor meisjes als voor jongens. Rechtopstaand plassen bevordert het naar buiten duwen van de urine. Deze houding is zeker niet aan te moedigen.
Let op gemakkelijke kledij.
Een kind moet zijn kleren gemakkelijk zelf kunnen openen. Zijn broekje moet tot aan de enkels kunnen zakken zodat hij met de beentjes open kan plassen.
Pas toilettraining aan aan de realiteit.
Wat een kind thuis gewoon is, kan een belemmering zijn om ergens anders naar het toilet te gaan. Besmettingen gaan niet over via de WC-bril. Een kind kan gerust gaan zitten.
Stimuleer een normaal plas- en drinkpatroon.
Veel kinderen nemen overdag te weinig vocht in. Ze drinken vooral na 16 uur.
Ideaal drinkt een kind om acht uur, tijdens de speeltijd in de voor- en in de namiddag, tijdens de middagpauze en bij het avondeten. Koffie, cola en thee maken de blaas zenuwachtig. Leer uw kind op dezelfde tijdstippen plassen, vier tot vijf maal per dag.
Vermijd een geforceerde droogtraining.
Droog zijn overdag kan men verwachten op de leeftijd van drieëneenhalf jaar en niet vóór de kleuterschoolleeftijd van tweeëneenhalf jaar. Een geforceerde droogtraining om het kind naar school te kunnen sturen is uit den boze. Is uw kind niet droog, bespreek dan met de school de aanpak, of houd het kind nog wat langer thuis.
Raadpleeg een arts bij problemen.
Er bestaan verschillende hulpmiddelen om als ouder zelf een behandeling te starten. Een juiste diagnose van het probleem vooraf is noodzakelijk.
Verkeerde behandelingen versterken het probleem voor uw kind.














Zindelijk worden